maandag 5 juli 2010

niet BEST in te ver(S)tELLER

Zijn adem was warm en vochtig en zorgde ervoor dat mijn huid achter mijn oor in elkaar kromp. Bij elke beweging voelde ik een steeds strakker wordend touw in mijn polsvlees snijden. Ik kreeg kramp in mijn nek van het gewicht dat op mijn hoofd drukte. Alle kracht die nog in mijn lichaam zat voelde ik nu uit mijn lichaam vloeien.

Als ik iets haat dan zijn het schrijvers die je eerst 126 pagina’s laat lezen, voordat je een beetje nieuwsgierig wordt in de letters die zich bevinden op de volgende pagina. Nee dat wilde ik niet, vandaar deze eerste alinea. Ik kan je nu al vertellen dat dit ook meteen het hoogtepunt. Ik zal ontzettend versteld staan als mijn vingers de juiste toetsen raken, zodat je ook nog deze alinea hebt gelezen.
Het heeft me altijd wel bezig gehouden. En dan vooral in mijn vakanties. Want ik zal heel eerlijk zijn, ik heb waarschijnlijk in mijn leven niet meer dan 50 boeken gelezen. En dan tel ik ook nog mijn studieboeken erbij en het opzoeken in een kookboek telt ook nog eens mee. Dus nee geen boekenwurm. Misschien wel arrogant om dan te denken dat ik wat boeiende woorden kan bedenken die ook nog eens een boeiende zin kunnen vormen. Maar goed, ik heb al een leesbril gekocht en dus moet ik die ook heel serieus gaan gebruiken. Ik heb prima ogen hoor, ik vind het gewoon interessant uitzien en dus wil ik nu ook iets serieus gaan doen. En wat is serieuzer dan schrijven? Juist!

Ik zie een wat oudere dame voor me. Blond half lang haar wat nonchalant is opgestoken in een knotje. De losse plukken die zijn ontsnapt uit de benarde positie versieren haar gezicht. Ze zit op 3 grote dikke en zacht bekleden kussens die voor een mooie grote openhaard zijn gesitueerd. Ze heeft een dikke beige trui aan die ze om haar knieën heeft getrokken. Op de plaatsen waar het stof om haar knieën is strak getrokken zie je kleine spleetjes van haar gebruinde huidskleur. Onderaan de trui tekenen zich twee gestreepte sokken zich af tegen het bordeaux roden kussen. Een zwarte rechthoekige bril hangt een beetje scheef op haar smalle neus. Ze heeft een roze compacte notebook in haar handen die ze laat rusten op haar knieën. Haar rug is licht gebogen en leunt tegen een oude schommelstoel, gemaakt door haar opa. De kootjes van haar vingers zijn goed zichtbaar bij het licht afkomstig van haar notebook. Verwarmd door de openhaard, leunend tegen de stoel van haar opa schrijft ze de eerste zinnen van haar bestseller.

Zo zag ik het voor me. Schrijven kon namelijk in mijn ogen alleen in de juiste omgeving met de juiste omgevingsfactoren. Schrijvers zijn zweverige mensen die het leven niet zo heel serieus nemen en die zeker niet hebben doorgestudeerd. Ze zijn hun kindertijd doorgekomen door zich als een muurbloempje te gedragen. Na school meteen naar de bieb om de rijen af te zoeken naar het stickertje die de juiste genre aangeeft waar men op dat moment zich goed bij voelde. Maar nee hoor dit beeld is nog niet zo heel lang in duigen opgegaan.
Ik had nooit gedacht dat ik haar vraag met een ‘ja’ ging beantwoorden. Maar het was eerder over mijn tong gerold door mijn enthousiasme dan dat ik doorhad waar ik over een aantal dagen zou zitten. We hadden afgesproken voor het lelijke gebouw. De bieb. Een gebouw wat eruit ziet alsof het door een depressieve architect en één dag ontworpen moest worden. We zoenen elkaar gedag en lopen door de elektrische deuren. We worden welkom geheten door een streng uitziende mevrouw. Bij deze mevrouw moet je ook voor één dag te laat 0,75ct betalen. We moeten de trap en kunnen onze jas bij het café ophangen. Ik kijk om me heen en zie her en der wat oudere mensen met elkaar praten. Ook herken ik twee meisjes van mijn basisschool. Ze hebben samen de vlechten-is-in-vooral-als-je-invlecht periode gehad. Die nog net even voor hun binnenbeugels-zijn-stoerder-dan-buitenbeugels periode. Deze periodes zijn ze samen doorgekomen en dus zijn ze verbonden voor het leven. En nu staan ze naast elkaar te popelen om een ruimte in te gaan, met harde stoelen waarop we de komende twee uur van bil mogen wisselen. Mijn eerste boeklezing ga ik meemaken. Van gelukkig wel meteen een goede schrijver met de initiale R.G. Ik heb geen idee wat me te wachten staat.
We lopen naar binnen en gaan net als in het circus niet op de eerste rij zitten. Stel je voor dat die vraagt wat ik van zijn boek vond? Nee dat kan echt niet… Hij begint een stukje voor te lezen uit zijn nieuw verschenen boek. Ik luister niet, ik zit alleen om me heen te kijken waarom mensen hierop afkomen. En bedenk hoe ik hier terecht ben gekomen. Ik ben benieuwd wat er gaat gebeuren en probeer mijn aandacht er weer bij te houden. Na een paar minuten verteld hij hoe een boek schrijft. Hij verteld dat hij op zijn kantoor een grote witte wand heeft waar hij grote vellen tegenaan kan plakken. Hij bedenkt globaal een verhaal en zet keywords per hoofdstuk op een post-it. Het maakt een planning aangezien hij ook een deadline heeft en werkt zo hoofdstuk voor hoofdstuk af. Totaal niet romantisch dus! Hij maakt ook een zakelijke planning en werkt projectmatig een boek in elkaar… Mmm…. Daar ging mijn plaatje van schrijvers. Maar goed als het zo kan, kan ik het dan ook?

Ik heb niet lang na hoeven te denken over de bovenstaande vraag. Ik kan geen broek schrijven. Ik kan geen verhaal verzinnen, waarbij ik een opbouw en hoogtepunten in hoofdstukken moet verwerken. Nee dat kan ik allemaal niet. Dus dat gaat het ook niet woorden.
Ik ben geen prater en dus praat ik niet binnensmonds maar binnenshoofds met mijzelf. Soms wel makkelijk want dan kan je zonder dat iemand het doorheeft aan dingen denken die soms een beetje raar zijn.

Geen opmerkingen: